Flex? Demping? Om de skitest goed te kunnen interpreteren is het handig om de terminologie een beetje te kennen. Een introductie:
Bocht oppakken: Als je een bocht wilt gaan maken, gaat dat dan zonder al te veel moeite of kracht, of gaat de ski moeilijk de bocht om? Dit kan zowel slippend of carvend. Een ski die de bocht heel vroeg oppakt, kun je ervaren als zenuwachtig, terwijl anderen het juist als heel direct omschrijven. Voor een starter is het prettig als de ski de bocht niet te snel oppakt, maar voor de gevorderde pisteskiër is het juist wel een voordeel.
Carven: Letterlijk vertaald is carven snijden. Het gaat hierbij om het snijden van de bocht. Een ski is op hogere snelheid in de bocht stabieler op zijn kant dan plat. Een meer getailleerde ski is makkelijker te carven.
Flex: De lengtebuigzaamheid van de ski. Bij een flexibelere ski heb je meer demping, de ski volgt de oneffenheden van het terrein beter en er kan een kortere radius geskied worden dan met een stijvere ski.
Demping: Het opvangen van trillingen van zowel de ski als van het terrein. Hoe meer demping de ski heeft, hoe comfortabeler deze aanvoelt.
Overgangen: Het wisselen van rutschen/slippen naar carven en andersom. Ook horen hier de wissels tussen de verschillende bochtgroottes bij.
Radius: Deze wordt op de ski aangegeven in meters en is feitelijk de taille van de ski: het verschil tussen de breedtepunten voor en achter en het smalste punt in het midden van de ski. Als er 15 meter op de ski staat, betekent het niet dat deze in 15 meter de bocht om gaat. Dit is afhankelijk van componenten als flexibiliteit, torsiestijfheid en de eigenschappen van de skiër.
Rebound: Rebound is te vergelijken met een trampoline, hoe harder je springt, hoe hoger je komt. Geeft de ski aan het eind van een bocht veel energie terug, dan geeft hij veel rebound.
Slippen: De ski gaat (deels) zijdelings over de sneeuw. Dat kan aan het eind van een bocht, maar ook over een lang gedeelte als je bijvoorbeeld geen bocht wilt maken op een steil of ijzig stuk, dan ga je zijwaarts naar beneden. Je kunt ook een bocht inslippen, voordat je de ski op zijn kant zet.
Torsiestijfheid: Hiermee wordt de stijfheid in diagonale richting bedoeld. Door nieuwe materialen en technologieën kunnen ski’s soepel in de lengte zijn en toch voldoende torsiestijfheid hebben.
Vergevingsgezind: Als de ski vergevingsgezind is, wil dat zeggen dat je als skiër niet meteen afgerekend wordt op je fouten.
Snowboard ABC
TERUG















