Snowboard ABC

Wil je weten wat al die coole termen, die je in het snowboard wereldje tegenkomt, betekenen?
En wil je ze ook zelf gaan gebruiken? Leer dan de volgende uit je hoofd!
Centered stance: de bindingen worden in het midden van het board gemonteerd (geen setback).
Directional shape: deze boards zijn zowel qua uiterlijk als qua technische eigenschappen - zoals flex en radius - niet symmetrisch.
Directional twin shape: het uiterlijk van een twinboard, waarbij radius en flexverloop niet symmetrisch zijn om het allround rijgedrag te verbeteren. Deze boards rijden minder makkelijk achteruit dan volledige twinboards.
Effectieve kantenlengte: Het gedeelte van de staalkant dat sneeuwcontact maakt tijdens het snowboarden. Hoe korter de effectieve kantenlengte, des te wendbaarder het board. Bij een lange effective edge neemt de kantengrip en stabiliteit van het board toe.
Flex: de buigingseigenschappen in de lengterichting van het board. Flex wordt verkregen door de constructie en de materialen die in de kern van het board zijn gebruikt. De meeste boards hebben verschillende buigingseigenschappen in de voorkant, het midden en de achterkant. Zo biedt een stuggere achterkant betere ollie-eigenschappen, goed voor het freestylen. Een stijvere nose maakt dat je makkelijker door sneeuwhopen heen ploegt. Een board voelt dus niet ‘zomaar’ soepel of stijf aan.
Graphics: de grafische print op een snowboard.
Lengte: de gehele lengte van het board, gemeten vanaf de ronding van de nose (voorkant) en de tail (achterkant).
Mid-wide: extra brede boards (25-26 cm), geschikt voor boarders met schoenmaat tot en met 45.
Pop: ‘sprongkracht’ in de tail van het board.
Radius: de mate van taillering van het board, gemeten in meters. De radius geeft het board zelfsturende eigenschappen, en bepaalt samen met de flex het stuurgedrag van een board. Een kleine radius zorgt voor easy style korte bochten, een grote radius juist voor lange bochten. In een board kunnen wel twee of drie verschillende radii voorkomen, zoals een ruime radius in de neus voor makkelijker insturen, iets minder ruim tussen de bindingen en een krappe radius in de tail om bochten sneller te kunnen uitsturen.
Reverse Camber: Camber betekent ‘voorspanning’, de spanning die in een board zit gebouwd. Een board met reguliere voorspanning ziet eruit als een gespannen boog. Reverse camber betekent dat het board de tegenovergestelde kant op buigt, en alleen in het midden contact maakt met de sneeuw. Dit is niet hetzelfde als Rocker (zie hieronder), want een gerockered board heeft reguliere voorspanning in het niet gerockerde gedeelte. Een board met reverse camber draait makkelijk en doet het perfect in de poeder.
Rocker: De nose en de tail lopen vanaf voor de binding omhoog: een banaanachtige vorm. Er zijn verschillende soorten rocker, ieder merk noemt het weer anders. De mate van rocker wordt bepaald door de positie waar de nose en tail omhoog beginnen te lopen, en de hoogte van het gerockerde gedeelte. Het voordeel van rocker is dat je meer drijfvermogen hebt en een korter raakvlak van de kant op de sneeuw, waardoor een board wendbaarder is. Gerockerde boards behouden daarbij hun grip en stabiliteit.
Setback: de ten opzichte van het midden naar de tail verschoven inserts (‘schroefgaten’). Hoe verder inserts - en dus je bindingen - naar achteren staan, hoe beter het drijfvermogen van je board in de poeder. ‘Normale’ setback van rond 2 centimeter geeft je meer grip bij het uitsturen van bochten op de piste. Geen of weinig setback maakt switch (achteruit) snowboarden makkelijker.
Stance: de positie waarop je bindingen op je board gemonteerd zijn. Zowel het aantal graden waarop je bindingen ingedraaid staan, als de positie ten opzichte van het midden van je board (setback) kunnen variëren.
Tapered shape: een term die aanduidt dat de achterkant van je board smaller is dan de neus. Boards met een tapered shape doen het goed in de poeder vanwege een vergroot drijfvermogen en vertonen een snelle kantenwissel. Wordt toegepast bij freeride georiënteerde boards.
Torsie: de buiging in de breedterichting van het board, met name tussen de bindingen. Een soepele torsie maakt een board vergevingsgezind, een minder makkelijk torderend board rijdt directer en agressiever.
Twin shape: deze shape komt vooral voor bij freestyle boards. Bij een zuivere twin is zowel qua flex, radius als uiterlijk helemaal symmetrisch. Het voordeel van een twin is dat switch (achteruit) rijden even gemakkelijk gaat als vooruit.
Wide: extra brede boards (rond 27 cm), geschikt voor boarders met schoenmaat 46-47.
TERUG










