welke uitrusting heb ik nodig?

Langlaufen is lopen op lange latten, althans.. dat is de letterlijke vertaling ervan. Bij langlaufen sta je op lange, smalle ski’s en beweeg je je voort net als bij het lopen, echter geholpen door twee stokken. Op die manier kun je ook in de winter genieten van de uitgestrekte wandelpaden, vooral ook omdat je in veel toeristische sneeuwgebieden de langlaufloipes al bij de eerste vlokken ziet verschijnen in de sneeuw. Loipes zijn de uitgezette langlaufroutes, vaak gedaan door een machine die met twee of vier evenwijdige mini-ski’s een spoor trekt over de besneeuwde wandelroute. Daardoor ontstaat een handig spoor om te volgen en is het voor de langlaufer vrij eenvoudig om de route te volgen. Vooral in Oostenrijk en Duitsland kun je erg veel van dergelijke loipes vinden. In Scandinavië zijn de routes wel aangegeven, maar worden ze vaak niet gespoord (zeker niet in de te afgelegen gebieden).
De belangrijkste vraag eerst?  Wil je klassiek langlaufen in de loipes of skaten? Voor het skaten heb je skating ski’s nodig, voor klassiek kan je kiezen uit wax-ski’s en nowax-ski’s.

Langlauflatten zijn lang en smal. Klassieke ski's zijn 20 tot 30 cm langer dan de lichaamslengte, terwijl skatingski's korter zijn dan de lichaamslengte. De ski's hebben een spanning (lichte buiging) waardoor er voor elk gewicht verschillende ski's zijn.

Daarnaast zijn er ski's die meer geschikt zijn voor gebruik buiten de loipe (de geprepareerde langlaufpiste). Deze zijn breder dan de klassieke ski's en hebben een staalkant die het mogelijk maken bochten te maken tijdens afdalingen. Dergelijke ski's worden bijvoorbeeld gebruikt voor lange tochten buiten de gangbare routes.


TERUG