Pim Berkhout, manager Topsport

Van talent naar wereldtop
Het aantal Nederlandse skiërs dat straks op de Winterspelen van Vancouver 2010 uitkomt, zou zo maar eens onze grootste delegatie aller tijden kunnen worden. Toeval? ‘Nee,’ zegt Pim Berkhout, manager Topsport van de Nederlandse Ski Vereniging. ‘Ons topsportbeleid werpt zijn vruchten af.’
Het aantal Nederlandse skiërs dat straks op de Winterspelen van Vancouver 2010 uitkomt, zou zo maar eens onze grootste delegatie aller tijden kunnen worden. Toeval? ‘Nee,’ zegt Pim Berkhout, manager Topsport van de Nederlandse Ski Vereniging. ‘Ons topsportbeleid werpt zijn vruchten af.’
Ook voor de komende Paralympische en Olympische Winterspelen in Vancouver ziet het er goed uit. Behalve onze topper Sauerbreij hebben inmiddels nog drie atleten een nominatie op zak: Dimi de Jong, Dolf van der Wal (beiden snowboard halfpipe) en Bart Verbruggen (aangepast alpine skiën). ‘Ons doel is om minstens drie atleten naar Vancouver te sturen,’ vertelt Berkhout. ‘Als alles goed gaat, dan halen we dat. In het meest rooskleurige scenario kunnen er trouwens nóg een paar bijkomen. Snowboardster Bell Berghuis en zitskiër Kees Jan van der Klooster zitten er dicht tegenaan. Vier jaar geleden waren we in Turijn met twee Nederlanders actief, voor Vancouver hebben we vier tot zes kandidaten. Dan doen we het goed als je bedenkt dat de Nederlandse Ski Vereniging op dit moment in totaal vijftien (senior) topsporters begeleidt.’
Wereldtop
Het fundament van het topsportbeleid van de NSkiV is het meerjarenbeleidsplan Topsport 2006 op weg naar 2010. Een nauwkeurig draaiboek met daarin alle randvoorwaarden om van een talent een wereldtopper te maken. Momenteel draaien zo’n tachtig sporters verdeeld over diverse talent- en topsportcategorieën mee in het begeleidingsprogramma.
Maar topsport is ook vooruitkijken. En dat betekent dat Pim Berkhout samen met de Commissie Topsport druk bezig is met het ontwikkelen van een nieuw beleidsplan dat tot 2014 reikt, en zelfs een doorkijkje heeft naar 2018: ‘Een goed beleid vergroot de kans op winnen, op topsporters die medailles pakken. Uiteindelijk moeten onze programma’s systematisch sporters opleveren die kunnen meedraaien in de wereldtop. We leggen de lat bewust hoog.’
Topsportfases
Beleidsplannen zijn over het algemeen heilig. Toch hebben Pim Berkhout en zijn collega’s inmiddels enkele veranderingen doorgevoerd. ‘Een ervan is het invoeren van een nieuwe indeling op basis van zeven topsportfases die horen bij de loopbaan van een topsporter. Dus niet langer op basis van leeftijd, maar vooral op het prestatieniveau van een sporter. ‘Een talent van vijftien jaar oud dat qua prestaties al op het niveau van de wereldtop zit, konden we voorheen niet doorschuiven. Met dit nieuwe systeem kunnen we nu een talent als Dimi de Jong (15) plaatsen in de topsportfase waar voorheen alleen twintigplussers zaten.’
Alle zeilen bijzetten
Het bepalen van minimale toelatingscriteria voor de diverse topsportonderdelen is een lastige klus; de vereniging vertegenwoordigt tenslotte ruim veertig verschillende sneeuwsportonderdelen. Welk onderdeel komt wel in aanmerking voor topsportondersteuning en welke niet? Daarnaast moet de kracht van alle potentiële topsportonderdelen objectief met elkaar kunnen worden vergeleken, zodat kan worden bepaald welke de meeste kans hebben op succes. Dit wordt gemeten aan de hand van dertig criteria, onderverdeeld in vijf hoofdgroepen: breedtesport, talentherkenning, talentontwikkeling, topsport en overig. Binnen elke hoofdgroep wordt gekeken naar zaken als aantallen sporters, prestatieniveau en subsidiemogelijkheden. Berkhout: ‘Eerlijke keuzes maken, daar draait het om. Vooralsnog slaagt de NSkiV daar goed in, maar we lopen langzamerhand wel tegen de grenzen van de optimale uitvoering aan. Een succesvol beleid met meer topsporters, meer talenten en meer sporttakken betekent automatisch ook een nog beter beleid. De wereld van de topsport ontwikkelt zich snel. Dus zullen we alle zeilen bijzetten om te kunnen blijven doorontwikkelen!’
Bron: Tekst: Leo Alexander Schlangen, Fotografie: Ingmar Timmer












