Zouden ze nu een beetje in rep en roer zijn in wintersportgek Oostenrijk? Dacht het wel. Of nee, ik ben ervan overtuigd. Gregor Schlierenzauer dwarrelde al het hele seizoen als een gouden sneeuwvlokje door het zwerk. Soms vroegen mensen zich tijdens de wedstrijden af of de 20-jarige schansspringer uit Fulpmes, niet ver van Innsbruck, nog wel zou landen in het daarvoor gereserveerde gebied tussen de tribunes. Met andere woorden: buitenaardse ‘Schlieri’ was voor de gehele natie op voorhand een zekerheid als het om dé medaille ging.
Tot na de eerste confrontatie van de vliegende kunstenaars op de Winterspelen. Gouden Georg is bronzen Georg geworden. ‘Hij heeft de eer van de natie weten te redden’, koppen de meeste Oostenrijkse kranten. Thuis spreken ze er nog net geen schande van. Slechts brons. En goud misgelopen. Dat komt aan.
Kritisch benaderen, heet dat dan. Eerlijk is eerlijk: zouden wij in Nederland ook doen met Sven Kramer. Geen hoofdprijs? Dan z’n kop eraf. Wist-ie zelf ook heus wel, getuige zijn magistrale hordenrace nadat de laatste rit op de vijf kilometer achter de rug was. Klunend over het ijs, crashkussens langs de baan, balustrades, veiligheidsmensen, stewards, trok Sven een sprint naar zijn ouders en vriendin. Even ontladen, want het juk van een heel volk weegt toch echt wel zwaar. Dat gaf hij ook toe, in zijn eerste interview.
De Nederlandse Ski Vereniging heeft eigenlijk net zo goed een zekerheidje, zeg ik tegen Pim Berkhout, de manager topsport en als een van de vier NSkiV-delegatieleden aanwezig in Vancouver. De naam Sauerbreij valt niet eens, want hij weet toch wel waar ik naartoe wil. ,,Ik geloof niet dat ik me aan dit soort uitspraken ga wagen, hoor’’, is zijn antwoord. ,,Nicolien is geen gedoodverfde favoriete. De concurrentie is te groot.’’ Ritselend papier op de achtergrond: Pim zoekt snel naar het bewijs voor die stelling. ,,Hier heb ik het. Er zijn zeven wereldbekerraces op de parallel reuzenslalom geweest en die hebben zes verschillende winnaressen opgeleverd. Ik bedoel maar.’’
Met andere woorden: Nicolien is geen Schlierenzauer. Die sprong dit seizoen een stuk of 21 grote wedstrijden en zegevierde twaalf keer. Vergelijkbaar met Sven, onklopbaar in álle vijf kilometers die hij schaatste.
Dus merkt Pim op dat niemand van de Nederlandse Ski Vereniging zal roepen dat Nicolien een medaille móet winnen. ,,In onze doelstellingen staat daar ook niets over. Dat doen we in 2014 wel. Mocht ze toch een plak veroveren, prima. De kleur maakt dan niets meer uit. Alles is voor mij goud.’’
León de Kort
Tot na de eerste confrontatie van de vliegende kunstenaars op de Winterspelen. Gouden Georg is bronzen Georg geworden. ‘Hij heeft de eer van de natie weten te redden’, koppen de meeste Oostenrijkse kranten. Thuis spreken ze er nog net geen schande van. Slechts brons. En goud misgelopen. Dat komt aan.
Kritisch benaderen, heet dat dan. Eerlijk is eerlijk: zouden wij in Nederland ook doen met Sven Kramer. Geen hoofdprijs? Dan z’n kop eraf. Wist-ie zelf ook heus wel, getuige zijn magistrale hordenrace nadat de laatste rit op de vijf kilometer achter de rug was. Klunend over het ijs, crashkussens langs de baan, balustrades, veiligheidsmensen, stewards, trok Sven een sprint naar zijn ouders en vriendin. Even ontladen, want het juk van een heel volk weegt toch echt wel zwaar. Dat gaf hij ook toe, in zijn eerste interview.
De Nederlandse Ski Vereniging heeft eigenlijk net zo goed een zekerheidje, zeg ik tegen Pim Berkhout, de manager topsport en als een van de vier NSkiV-delegatieleden aanwezig in Vancouver. De naam Sauerbreij valt niet eens, want hij weet toch wel waar ik naartoe wil. ,,Ik geloof niet dat ik me aan dit soort uitspraken ga wagen, hoor’’, is zijn antwoord. ,,Nicolien is geen gedoodverfde favoriete. De concurrentie is te groot.’’ Ritselend papier op de achtergrond: Pim zoekt snel naar het bewijs voor die stelling. ,,Hier heb ik het. Er zijn zeven wereldbekerraces op de parallel reuzenslalom geweest en die hebben zes verschillende winnaressen opgeleverd. Ik bedoel maar.’’
Met andere woorden: Nicolien is geen Schlierenzauer. Die sprong dit seizoen een stuk of 21 grote wedstrijden en zegevierde twaalf keer. Vergelijkbaar met Sven, onklopbaar in álle vijf kilometers die hij schaatste.
Dus merkt Pim op dat niemand van de Nederlandse Ski Vereniging zal roepen dat Nicolien een medaille móet winnen. ,,In onze doelstellingen staat daar ook niets over. Dat doen we in 2014 wel. Mocht ze toch een plak veroveren, prima. De kleur maakt dan niets meer uit. Alles is voor mij goud.’’
León de Kort
TERUG















