Vancouver blog: 18 februari 2010

Die Ole Einar slaat nog wel terug

Ik heb wat met Noorse wintersporters. Fris, voorkomend en redelijk soepel in de omgang, zelfs de allergrootsten. Neem Bjorn Daehlie, de langlaufer die in Albertville, Lillehammer en Nagano twaalf medailles ophaalde, alsof het de dagelijkse boodschappen betrof. Acht keer Olympisch kampioen. God in Noorwegen, maar zo gewoon en zichzelf. In de weken voor de Spelen van Lillehammer (1994) maakte ik een afspraak voor een telefonisch interview. Niks geen p.r.-man of zaakwaarnemer die zich ermee bemoeide. Bjorn zei dat het goed was, stelde twee data voor waarop ik kon bellen.

Een dag of twee later. Een vraag was ik onderweg, toen de lijn werd verbroken. Daar gaat m’n verhaal voor de krant, schoot er direct door m’n hoofd. Ik kreeg niet eens de tijd om van paniek krom te trekken, want daar rinkelde mijn toestel al. Bjorn belde zelf terug! Artikel gered…pfff.

Lasse Kjus, ook geen kleine jongen in het circuit van de alpine skiërs. Halverwege januari 1999 sprak ik hem aan na de training in Kitzbühel. De afdaling op de beruchte Hahnenkammrennen zou de volgende dag plaatshebben. ,,Ik wil je straks wel te woord staan, maar heb nu een andere afspraak.’’ Hij krabbelde snel de naam van het hotel waar de Noorse ploeg verbleef. ,,Zie je verschijnen.’’ Het werd een mooie ontmoeting. Oh ja, en Kjus liet zich 24 uur later tot de koning van die Streif kronen.

Daehlie en Kjus zijn anno 2010 helden in ruste. Toeval of niet, maar beiden zitten ze tegenwoordig in de sportkleding. Zal ook wel aardig draaien, die handel.

Denkend aan dit duo maakte ik deze week een sprongetje naar de actualiteit in Vancouver. Daar, op de verregende pistes buffelt een derde grote man op ski’s, en met een geweer op zijn rug die ik eigenlijk nog eens zou willen interviewen. Nooit zal er meer een betere biatleet in de loipes opduiken dan Ole Einar Bjorndalen. Ik ga niet eens opnoemen wat hij allemaal heeft gewonnen, kijk daar maar zelf voor op Wikipedia of zo. Het is niet normaal. 36 en kennelijk onverzadigbaar. Wat me wel verbaast: er zijn ondertussen in Whistler Olympic Park twee onderdelen afgewerkt en Ole Einar klom beide keren niet op het podium. Krijgt de tand des tijds misschien vat op hem?

,,No way’’, zegt Herbert Cool, sinds jaar en dag onze beste schutter op langlaufski’s. Hij doet tijdens de Spelen verslag op Eurosport van de biathlonwedstrijden. ,,Bjorndalen is heus niet passé. Het is die natte sneeuw en zijn hoge startnummer die hem hebben dwarsgezeten. In het begin van de race waren de omstandigheden beter. Vervolgens moet hij aan de bak, en valt er natte sneeuw. Dat kost hem een medaille. Wat er tot dusver is gebeurd, geeft een vertekend beeld.’’

Bjorndalen slaat dus nog terug?, vraag ik voor de zekerheid. ,,Absoluut.’’

Herbert klinkt zeer overtuigend. Zou ik Bjorndalen… Ik besluit te wachten. Eerst maar goud winnen. Want ik kan me voorstellen dat hij op dit moment wat anders aan zijn hoofd heeft dan een praatje maken met een journalist. Die bovendien uit een land belt waar biathlon (jammer genoeg) niet meetelt…

Léon de Kort

      


TERUG




Nederlandse Ski Vereniging
Nederlandse Ski Vereniging