Ski categorie

Comfort

We beschouwen deze testcategorie altijd als een heel belangrijk onderdeel van de nationale skitest. Heel veel Nederlanders vinden hier namelijk ‘hun ski’ en dat ook nog voor een aantrekkelijke prijs: maximaal 450 euro voor een complete set.

Een echte naam hebben ze eigenlijk niet; comfortski en vakantieski hoor je het meest. Het doet er eigenlijk niet zoveel toe. Het gaat om ‘gewone’ carveski’s met veel bedieningsgemak voor weinig geld. Maar wat is bedieningsgemak precies? Bedieningsgemak heeft enerzijds te maken met de moeite die het kost om een ski te overtuigen iets te doen. Hoeveel kracht kost het draaien van een ski? Maar ook: heb je veel techniek nodig om een ski te besturen? En: als je een foutje maakt (je komt bijvoorbeeld per ongeluk achterop te hangen), vergeeft de ski dat dan of straft hij je meedogenloos af? Een heel belangrijk aspect zijn de zogenaamde ‘overgangen’. Met overgangen bedoelen we het wisselen tussen carven en rutschen. Dat is om een paar redenen heel belangrijk. Ten eerste zijn rutschen (zijdelings de berg afglijden als het te steil of ijzig is) en slippend sturen (lees: niet carven) heel belangrijk voor de gemiddelde vakantieskiër. Als je geen technische skiër bent, dan wil je geen ski die de hele tijd per se carvebochten probeert te maken. Als je beter wilt leren skiën, of af en toe carvebochten maakt, dan is het heel prettig als je goed kunt voelen wanneer een ski gaat snijden (carven) en wanneer hij gaat slippen. Als je met carven bezig bent en het gaat te snel, dan krijg je weer controle door over te stappen op slippen of rutschen en dat mag dus geen moeite kosten.

Dwingend

Tegenover de comfortski’s met soepele overgangen staan de sportmodellen die juist proberen om de hele tijd te carven. En als ze eenmaal carven, blijven ze dat ook doen. Dat is top als je het carven technisch beheerst en graag doet, maar als dat niet het geval is, dan is zo’n ski onprettig en soms zelfs link. In de uitslagen lees je dan dat een ski ‘dwingend’ is. Het grappige is dat ons testteam (allemaal heel erg goede skiërs die perfect kunnen carven) dwingende ski’s ook niet prettig vinden. Ook zij vinden het fijner als ze kunnen kiezen wat ze doen!

Prijs en omstandigheden

We vragen de skimerken om een set in te sturen die maximaal 450 euro kost. Soms gebruiken merken een list: ze geven de prijs op van de testski in een set met een goedkopere binding dan degene die standaard meegeleverd wordt, omdat die net iets duurder uitvalt dan 450 euro. Het zijn gelukkig uitzonderingen, maar het is goed om te weten.

De test vond plaats in Passo Tonale in Val di Sole, onderdeel van Skirama Dolomiti. Het was een dag met matig weer. Een beetje neerslag en af en toe zag je weinig reliëf. De piste was bovenin ietsje steiler en vlakte daarna uit. Er waren een paar wat hardere/ijzige stukken, maar op het grootste deel van de piste lag zachte sneeuw die niet al te best gleed maar wel veel grip gaf. Daardoor voelden veel ski’s ‘grijperig’ aan.

Pisteracer

De test van de pisteracers is het domein van de fijnproevers. Fijnproevers met veel ski-ervaring en een goede techniek. De skifabrikanten proberen tegelijkertijd hun prijzige sportmodellen voor zoveel mogelijk mensen aantrekkelijk, en dus bruikbaar, te maken. Maar dat mag natuurlijk niet ten koste gaan van de prestaties. Een wankel evenwicht!

De eerste doelstelling van deze categorie is duidelijk: ze moeten kunnen carven als de beste en superstabiel zijn. Maar dat is niet het hele verhaal. Want je wilt ook niet dat ze net zo moeilijk te bedienen zijn als de wedstrijdski’s, die natuurlijk makkelijk voldoen aan de eerste doelstelling. Vergelijk het met een auto. Je zoekt een auto die snel kan rijden met een wegligging als een huis en die messcherp stuurt. De formule 1-auto van Max Verstappen is er zo eentje. Helaas kunnen velen van ons niet fatsoenlijk wegrijden met zo’n apparaat. Dus op de weg zien we gebruiksvriendelijkere varianten met veel snelheid en uitstekende wegligging, maar niet à la Verstappen. Je treft hooguit een Porsche of een snel model van andere, meestal Duitse of Italiaanse, fabrikant. Voor de pisteracers geldt precies hetzelfde: we zoeken sportieve topkwaliteit die geschikt is voor niet-coureurs.

De ski’s

Het leuke aan deze test is dat het een beetje een worsteling is voor de skimerken. De afgelopen jaren kregen we vaak directe afstammelingen van de wedstrijdski’s. Een soort Verstappen light. Goede ski’s, maar niet voor iedereen leuk om te gebruiken en altijd duur. Nu gaan de fabrikanten eerder uit van ski’s voor de zeer goede skiër die van snelheid en carven houdt en gewoon op vakantie gaat (geen wedstrijden of iets dergelijks). Daarbij maken de merken verschillende keuzes: sommige willen misschien een niet al te duur model insturen, een ander kiest vooral voor gebruiksgemak en weer een ander voor pure prestaties. Hierdoor komt het spel op een hele interessante manier op de wagen.

De test

De test van de pisteracers was dit jaar onverbiddelijk! Het was een strakblauwe dag met redelijk verse, ‘griffige’ (agressieve) sneeuw. De testpiste in Passo Tonale in Val di Sole, onderdeel van Skirama Dolomiti, lag er fantastisch bij en alleen in het bovenste gedeelte was de sneeuw wat ijziger. De piste zelf was over een grote lengte steil, en bovendien breed. Onderin liep hij over een korter stuk nog even door in een vlakker gedeelte. Met name de combinatie van steile piste en enerzijds ijzige en anderzijds agressieve sneeuw maakte het haarfijn duidelijk wat de ski’s wel en niet konden. We hebben alleen modellen opgevraagd voor wat langere bochten: geen slalomski’s dus! We zijn er namelijk van overtuigd dat de ski’s met een langere radius een stuk veelzijdiger zijn.

Conclusies

De belangrijkste conclusie is dat een combinatie van een goed bedieningsgemak en grote prestaties mogelijk is! Het voordeel van een goed bedieningsgemak is dat een ski dan voor meer mensen geschikt is. Dus niet alleen voor experts, maar bijvoorbeeld ook voor gevorderden. De tweede conclusie is dat zo’n combinatie van optimale prestaties en groot bedieningsgemak wel geld kost: 879 tot 999 euro voor de top 3 (Salomon, Völkl en Atomic). Maar voor 200 euro minder heb je in deze test ook keus uit een paar hele goede ski’s die alleen enkele hele kritische experts op topsnelheid misschien niet helemaal tevreden kunnen stellen (Dynastar, K2 en Rossignol).

Testteam

Dean Molenaar
Othmar Hofmann
Gerke Deekens
Michelle van Herwerden
Iris van der Zande
Richard Molenaar
Rolf Westerhof

Technisch coördinator

Richard Molenaar

Testcoördinator

Rolf Westerhof

Allmountain

De laatste jaren is allmountain het toverwoord van de ski-industrie. Aanvankelijk kwamen enkele modellen in aanmerking voor de benaming, maar nu lijkt vrijwel iedere ski ‘allmountain’ te zijn. Hoe zit dat en wat bevalt ons testteam het best?

Ik vat de ontwikkelingen van het afgelopen decennium nog even kort samen, want onze jaarlijkse introductie bij de allmountaintest dreigt een beetje een repeterende breuk te worden. Ooit had je alleen off-pisteski’s en pisteski’s. Allmountainski’s ontstonden vanuit de behoefte dat veel skiërs op dagen met mooie sneeuw wel buiten de piste wilden skiën, maar niet twee paar ski’s wilden kopen en meesjouwen. Er moesten dus ski’s komen die piste en off-piste combineerden. Die op beide ondergronden even goed zijn. Uiteraard doe je dan ergens een concessie, want off-piste zullen de echte freerideski’s beter presteren en op de piste de sportski’s en aanverwanten. Maar het concept was helder en eerlijk gezegd zijn de fabrikanten, na wat aanloopproblemen, ook uitermate goed geslaagd in hun zoektocht naar deze heilige graal. Uit oudere skitesten van ons bleek duidelijk dat de ’50-50’-ski (50 procent piste- en 50 procent off-pistekwaliteit) ongeveer 95 mm breed onder de binding moest zijn.

Gek

Nu wordt het een beetje gek. Toen eenmaal volstrekt helder was hoe een ‘echte’ allmountainski moest zijn, gingen de fabrikanten opeens ook allerlei ski’s ‘allmountain’ noemen die veel en veel smaller waren dan de ‘ideale’ 95 mm. Eigenlijk komt dat omdat ze een categorie hebben weggelaten die de Nederlandse Ski Vereniging al jaren geleden geïntroduceerd had: de Supercruisers. Supercruisers waren wat bredere pisteski’s, ideaal voor ervaren skiërs die een stabiele, comfortabele ski zochten die een beetje helpt als de sneeuw lastig wordt, of wanneer er in de middag hopen sneeuw ontstaan op de piste. Maar breed of niet: deze ski’s hebben (bijna) geen off-piste kwaliteiten. Bijvoorbeeld omdat de flex te stijf is, enzovoorts. Met de technische achtergronden zullen we je niet lastig vallen. Samenvattend: allmountain is een vergaarbak geworden van ski’s tussen ongeveer 75 en 100 mm breed met zeer uiteenlopende eigenschappen: een stijve flex of een soepele flex, veel rocker of juist weinig, etcetera.

De test

In het skigebied van Skirama Dolomiti, preciezer gezegd op de Passo Tonale in Val di Sole, hebben we de ski’s onder lastige omstandigheden aan de tand gevoeld. De conclusie was echter zeer eenduidig: de 93 mm brede ski’s van Head en Nordica waren met afstand favoriet! Dat is om meerdere redenen interessant. Ten eerste hadden we wel verse sneeuw op de testdag, maar toch vooral een laag over de piste: van echte off-piste met diepe sneeuw was geen sprake. En ten tweede ons testteam. Niks ten nadele van ons fantastische testteam, want ze kunnen alles en weten heel veel, maar pure freeriders zijn het niet en als geen ander weten ze goede pistekwaliteiten in een ski te waarderen. Dus dat zij onder deze omstandigheden de genoemde ski’s unaniem als favorieten uitkiezen zegt wel iets: dit is absoluut (en nog steeds!) hoe een echte allmountainski moet zijn!

Drijfkwestie

In de uitslag wordt vaak gesproken over de ‘float’ van een ski. Het drijfvermogen. Dat is een gerelateerd aan de breedte van de ski. Dus als van een 80 mm brede ski gezegd wordt dat de float goed is, dan geldt dat voor die breedte en niet in verhouding tot een freerideski!

Testteam

Dean Molenaar
Othmar Hofmann
Gerke Deekens
Michelle van Herwerden
Iris van der Zande
Richard Molenaar
Rolf Westerhof

Technisch coördinator

Richard Molenaar

Testcoördinator

Rolf Westerhof

High-end

De ski’s in deze testcategorie zijn de ‘top of the bill’, zowel wat betreft prijs als prestaties. Hier vind je de paradepaardjes van de verschillende merken. Dat kunnen in principe zowel topcarvers zijn als goede allmountainmodellen en cruisers.

Zoals ieder jaar vroegen we de skimerken om een interessante ski in te sturen waarbij de prijs geen rol speelt. De bedoeling is dat er zo ski’s aan bod kunnen komen die verder buiten onze categorieën ‘comfort’, ‘allmountain’ en ‘race’ vallen. Daarmee is het voor de skimerken bijvoorbeeld mogelijk om de aandacht te vestigen op een nieuw model. Eigenlijk hopen we iedere keer op een heel gevarieerde categorie waar je verschillende soorten ski’s tegenkomt: met name rascarvers en goede cruisers, maar ook een smaller allmountainmodel zou hier niet misstaan.

Veel sport

Van een ruime variatie in soorten ski’s zien we dit jaar helaas niet veel terug. De meeste merken hebben gekozen voor snelle carvers en hele sportieve ski’s. Sommige maken liever korte bochten (Blizzard, Dynastar, Fischer) en andere zijn liefhebbers van het langere bochtenwerk (Atomic, Salomon), maar ze hebben bijna allemaal een sportieve (carve-)inslag. De uitzondering is wellicht Rossignol dat met de nieuwe React 8 Ti een relaxte cruiser instuurde. Cruisen betekent probleemloos tochtjes maken door een skigebied zonder dat je specifieke eisen stelt aan snelheid, bochtsoort of bochtgrootte; je doet gewoon wat de piste nodig heeft. De cruisers (ski’s om lekker mee te cruisen) worden zowel in de test als in de winkels helaas een beetje vergeten. De smallere allmountainmodellen zijn gelukkig een doekje voor het bloeden, maar er gaat voor veel ervaren skiërs niets boven een robuuste cruiser met perfecte demping en comfortabele stuureigenschappen! Stöckli biedt met de Laser AX voor (stevige) mannen zeker ook cruisegenot, maar op een skitechnisch wat hoger niveau dan de React 8.

Wat is nieuw?

In deze test zitten dit jaar gelukkig wel weer een paar modellen die komende winter voor het eerst in de winkel liggen. Op de Atomic X9 Wide Body zaten veel mensen te wachten omdat de gifgroene X9 een goede naam heeft gemaakt. De Wide Body blijkt een iets relaxtere, lange-bochtenbroertje te zijn geworden. De Elan Amphibio 18 is ook een nieuwe ster. En van een nieuwe Amphibio wordt iedereen opgewonden! Hij stelt niet teleur, want hij blijkt nog verder ontwikkeld te zijn wat betreft het bedieningsgemak en is daardoor makkelijker te bedienen dan de bestaande Amphibio 16.
De Rossignol React 8 Ti hebben we eerder al genoemd als nieuwkomer. De React-ski’s zijn bedoeld als de opvolgers van de Pursuit-lijn. De insteek van de React-modellen is duidelijk cruisen. De Völkl Deacon 74 is zeker niet nieuw, maar blijft wel een lastig te beoordelen ski. De constructie met zowel veel tip- als tailrocker (in ieder geval voor deze categorie) is dusdanig anders dat de ski een heel eigen feel heeft. Dat geeft niet iedereen meteen vertrouwen en je hebt dus meestal iets langer dan één testafdaling nodig om aan hem te wennen. Eenmaal gewend is het een ander verhaal. De laatste vernieuwing zat in de testlocatie. Zo verbleven we dit jaar in Passo Tonale in Val di Sole, onderdeel Skirama Dolomiti. We hadden een vrij vlakke piste met een iets steiler begin tot onze beschikking. We troffen voornamelijk zachte sneeuw met een paar ijzige stukken ertussen.