Snowboardtaal

Snowboarden begon als een sport, maar door de populariteit van deze winterse bezigheid is het uitgegroeid tot een ware subcultuur – compleet met eigen dresscode, gewoontes en taal.

Nose/tail

De nose en tail duiden uiteraard op de voorkant en achterkant, of neus en staart, van het board. Hoe langer deze zijn, des te meer drijfvermogen ze bieden in zachte sneeuwomstandigheden en afhankelijk van de mate van rocker brengen ze ook rust en stabiliteit in een board op snelheid. Hoe korter, des te wendbaarder het board is.

Inserts

De inserts zijn de schroefgaatjes waarop je bindingen monteert.

Stijfheid

Schoppen potentiële autokopers tegen de banden van een nieuwe auto, snowboarders flexen een boardje in de winkel. Een stijver board heeft vooral voordelen voor gevorderde snowboarders: stabiliteit op hogere snelheden en meer kantengrip als de sneeuw harder is. Nadelen zijn er ook: een stijf board draait moeilijker dan een soepel board en zal een foutje wat harder afstraffen. Een voordeel dat ook zijn nadeel heeft: je moet bij stijve boards meer energie in het board stoppen om er energie uit terug te krijgen.

Camber/voorspanning

De opwaartse buiging van het midden van je board. Zorgt ervoor dat je gewicht, dat in het midden van het board staat, wordt verdeeld naar voor en achter. Daarmee draagt het bij aan de kantengrip en rechtuit-stabiliteit. Wordt door sommige mensen gezien als het tegenovergestelde van rocker en daarom ouderwets of slecht, maar de beste boards hebben een mix van camber en rocker om te komen tot optimale rij-eigenschappen voor een beoogd rijgedrag.

Rocker/baseline

De grote innovatie van de laatste jaren heeft extreem veel invloed op het gedrag van een board. We zouden hier een compleet apart artikel over kunnen schrijven. Na de eerste golf van extreme rockershapes zie je nu meer gematigde shapes waarbij traditionelere camber in samenwerking met de rocker wordt toegepast. Rocker is vooral een extra dimensie geworden waarmee boardontwerpers kunnen werken en hebben daarmee bereikt dat boards, ontworpen voor een bepaald soort snowboarden, breder inzetbaar zijn.

Pintail/tapered

Pintail of tapered shapes zijn een vorm van een snowboard waarbij het breedste punt van de neus breder is dan het breedste punt van de tail. Zorgt ervoor dat de tail minder oppervlakte heeft dan de neus en dus wat dieper komt te liggen in zachte sneeuwomstandigheden. Wordt met name toegepast op meer freeride- en poeder-georiënteerde shapes.

Demping

De demping is misschien wel de meest onzichtbare eigenschap aan een board. Door de opbouw van een board (een sandwich van veel lagen kunststof en een houten kern) worden trillingen veroorzaakt door snelheid en de oneffeheid van de sneeuwondergrond geabsorbeerd. Veel demping is goed, want het stelt je in staat om harder te rijden zonder controle te verliezen. Er bestaat ook zoiets als teveel demping, een board gaat dan ‘doods’ aanvoelen.

Taillering

De taillering is de curve aan de zijkant van je board. Deze bepaalt in grote mate hoe het stuurt. Taillering wordt weergegeven in de straal van een denkbeeldige cirkel die ontstaat als je de curve van je board zou doortrekken. Veel taillering, een sterke curve, zorgt ervoor dat board makkelijker korte bochten stuurt, maar maakt ‘m ook zenuwachtig op hoge snelheden. Weinig taillering doet het tegenovergestelde. Verwarrend: veel taillering wordt weergegeven met een kleiner getal, vanwege de kleinere denkbeeldige cirkel. Een board met een tailleringsradius van 8 meter is meer getailleerd dan eentje met een tailleringradius van 9 meter.

Magnetraction

Magnetraction is een ontwerp van de staalkant dat lijkt op een broodmes. De ‘punten’ in de staalkanten werken als vingernagels op een schoolbord en geven extra grip op ijzige ondergrond. Verzonnen door Gnu en Lib Tech, maar het wordt nu ook toegepast op boards van onder andere Rossignol. Griptech van Arbor en Equalizer sidecut van Salomon werken volgens min of meer hetzelfde principe.

Rijeigenschappen

De keuzes die worden gemaakt in het ontwerp van een board resulteren in bepaalde rijeigenschappen.

Pop

Een veelgebruikte term die de mate van springerigheid weergeeft waarin een board terugveert na te zijn belast. Een board met veel pop rijdt levendig en springt hoog.

Actief rijden/dynamisch

Een eigenschap die vooral wordt gewaardeerd door goede en sportieve snowboarders. Boards waarbij je er veel in moet stoppen, maar er ook veel uit te halen valt. Nadeel: als je moe bent, kan het board met je aan de haal gaan.

Surfy

De term ‘surfy’ wordt gebruikt om boards te beschrijven die ontspannen en vloeiend rijden. Die niet te agressief gestuurd moeten worden, maar ‘gesurft’. Nadeel: dergelijke boards presteren meestal niet zo goed op harde sneeuwsoorten.

Stabiliteit

Een board met veel stabiliteit rijdt rustig op snelheid. Die je het vertrouwen geeft om een bepaalde lijn aan te rijden of een bocht bij een hoge snelheid in te zetten. Veel stabiliteit gaat vaak, maar niet altijd, ten koste van een stukje levendigheid. Het vinden van de balans tussen die twee is een waar kunststukje van boarddesigners.

Grip

De grip is de kantengrip op harde ondergrond.

Cruisen

Tijdens het cruisen daal je gewoon lekker ontspannen de berg af. Niet de grens van je eigen vaardigheden of je board opzoeken.

Slashen

Bij het slashen maak je een bocht zoals een golfsurfer tegen de kroon van een golf. Vaak creëer je er ook ‘sprays’ mee.

Sprays

Een Engelse term die wordt gebruikt om een sneeuwwolk te beschrijven die ontstaat wanneer een snowboarder veel sneeuw op doet waaien.

Gerelateerde blogs

Lees meer