Verschillende wintersporten

Er zijn een heleboel verschillende wintersporten waarin wedstrijden gehouden worden. De oudste, grootste en bekendste wintersport is het alpineskiën. Ook de noordse disciplines zijn al heel oud. Maar bijvoorbeeld snowboarden is een wintersport die veel jonger is. Net als het freeriden of de freestyle sport. Deze wintersporten zijn ontstaan door nieuwe ski’s en snowboards, en in korte tijd heel populair geworden. Op deze pagina staat alle informatie over de verschillende wintersporten.

Alpineskiën

Bij het alpineskiën gaat alles om snelheid. Degene die als snelste door een parcours naar beneden skiet is de winnaar. Het parcours verschilt per wedstrijd. Er zijn wedstrijden met een slalom, reuzenslalom, super-G en afdaling parcours. In Nederland worden alleen slalomwedstrijden gehouden, omdat de andere wedstrijden alleen mogelijk zijn op een echte berg.

De slalom: razendsnelle, korte bochten


Op deze foto is een slalomwedstrijd te zien. Het parcours bestaat uit heel veel poortjes van twee palen waar je tussendoor moet skiën. De poortjes zijn om de beurt blauw en rood. Je moet altijd tussen de twee palen van dezelfde kleur door skiën. In een slalomparcours staan de poortjes heel dicht bij elkaar. Hierdoor kun je razendsnelle en korte bochten skiën. Ook kunnen de poortjes in verschillende volgordes geplaatst worden. Dat noemen we combinaties. Op de afbeeldingen hieronder zie je verschillende combinaties.

Banaan
Op deze afbeelding zie je een banaan. Dit is een combinatie waarbij je bij twee poortjes aan dezelfde kant voorbij skiet. Een banaan is dus een extra lange bocht naar links of rechts. Hierdoor krijgt de bocht een banaanachtige vorm, vandaar dat de term “banaan” gebruikt wordt voor deze combinatie.
Haarspeld
Op deze afbeelding zie je een haarspeld. Dit is een combinatie waarbij de poortjes onder elkaar staan, en niet naast elkaar. Hierdoor maak je hele kleine en krappe bochtjes waarbij de skiër bijna rechtdoor skiet. Je moet nog steeds tussen de rode en blauwe poortjes skiën, die nu onder elkaar staan. Goed opletten dus!
Verticale combinatie
Op deze afbeelding zie je een verticale combinatie. Deze combinatie is een dubbele, of soms zelfs driedubbele haarspeld. Je krijgt hier dus nog meer poortjes die onder elkaar staan. Hierdoor moet je een aantal kleine, krappe en snelle bochtjes maken.


Download de voorbeeldslalom hier.

Daarnaast moet je bij slalomwedstrijden twee keer de berg naar beneden skiën. Bij wedstrijden op de borstelbaan in Nederland moet je meestal drie keer naar beneden skiën waarvan de beste twee meetellen voor je eindresultaat. Bij slalomwedstrijden is techniek heel belangrijk, omdat je veel korte bochten op hoge snelheid moet skiën. Wil jij graag leren slalomskiën? Of nog beter worden? Lees hier waar je Wintersport in Nederland kan oefenen.

Poortafstand: ongeveer 4-13 meter
Snelheid: 30-65 km/uur
Combinaties: haarspeld, verticale combinatie, banaan
Vanaf leeftijd: 6 jaar

De reuzenslalom: snel, vloeiend en dynamisch


Op deze foto is een reuzenslalom wedstrijd te zien. Bij deze wedstrijden ziet het parcours er weer anders uit. Er worden poortjes met een vlag gebruikt. Een skiër moet tussen twee poortjes met een vlag skiën. De poortjes staan hier verder van elkaar af dan bij de slalom. Bij de reuzenslalom zal je met grotere bochten skiën en nog sneller gaan dan bij de slalom! Daarom gebruikt een skiër voor de reuzenslalom andere ski’s. Deze ski’s zijn langer en hebben een grotere radius dan ski’s van de slalom. Dat betekent dat de ski’s moeilijker draaien. Meer informatie kan je bij materiaal vinden.

Ook bij de reuzenslalom moet je twee keer naar beneden skiën. Er zijn helaas geen reuzenslalom wedstrijden in Nederland. Dat komt omdat je voor een reuzenslalom een berg van minstens 200 meter hoog nodig hebt! Nederlandse wedstrijden voor de reuzenslalom worden in de Oostenrijkse bergen gehouden.

Poortafstand: ongeveer 20-30 meter
Snelheid: 40-90 km/uur
Combinaties: banaan (twee poorten die samen één lange bocht zijn)
Vanaf leeftijd: 6 jaar

De super-G: hoge snelheid met sprongen

Super-G staat voor super Giant slalom, een super reuzenslalom dus. Voor super-G wedstrijden heb je een nog veel hogere berg nodig. Deelnemers skiën hier nog sneller naar beneden, en ook de bochten zijn nog een stuk groter dan bij de reuzenslalom. Om het nog spectaculairder te maken zitten er sprongen in het parcours. De Nederlandse Ski Vereniging organiseert geen super-G wedstrijden.

Poortafstand: ongeveer 30-55 meter
Snelheid: 80-120 km/uur
Combinaties: banaan
Vanaf leeftijd: 12 jaar

De afdaling: het ‘koningsnummer’

De afdaling is het meest spectaculaire en oudste onderdeel van het alpineskiën, en wordt daarom ook het koningsnummer genoemd. De afstand tussen de poortjes is heel groot. Deelnemers skiën alleen van hele hoge bergen en kunnen daarbij een snelheid van 140 km/uur halen! De Nederlandse Ski Vereniging organiseert geen afdaling wedstrijden.

Poortafstand: verschilt per berg
Snelheid: 90-165 km/uur
Vanaf leeftijd: 16 jaar

De parallelslalom: spectaculaire race

Bij de parallelslalom staan er twee dezelfde slaloms naast elkaar gestoken. Twee skiërs strijden naast elkaar wie het eerste de finish haalt. De startpoort gaat op hetzelfde moment open en degene die als eerste de finishlijn passeert heeft gewonnen. Voor iedereen is duidelijk te zien wie de winnaar is! In Nederland zijn er ook wedstrijden met een parallelslalom, namelijk de 2r@ce wedstrijden.

Poortafstand: 4-13 meter
Snelheid: 30-65 km/uur
Vanaf leeftijd: 6 jaar

De combirace: test je veelzijdigheid


In Nederland kunnen we helaas geen reuzenslalom, super-G of afdaling wedstrijden skiën, omdat we daar een echte berg voor nodig hebben. Daarom hebben we in Nederland de combirace. De combirace wedstrijden zijn een mix van de slalom, reuzenslalom, super-G en skicross met kleine sprongetjes! Het parcours bestaat uit slalom poorten, reuzenslalom poorten, sprongen, hobbels en grote bochten. De combirace test jouw veelzijdigheid! Lijkt het jou leuk om aan zo een wedstrijd mee te doen? Doe dan mee met de SnowStar race tijdens het NK in Oostenrijk!

Poortafstand: 4-30 meter
Snelheid: 30-75 km/uur
Vanaf leeftijd: 6 jaar

Tot slot heb je ook het onderdeel alpine-combinatie. Bij dit onderdeel wordt één keer het afdaling parcours geskied, en één keer het slalomparcours. Als jij deze twee parcours als snelste hebt geskied dan heb je gewonnen.

Er is nog veel meer informatie te vinden over de wedstrijdsport in Nederland. Kijk daarvoor in het boekje beginnen met wedstrijdskiën. Wil je in Nederland beginnen met skiën? Kijk op Wintersport in Nederland. Of vindt een vereniging bij jou in de buurt!

Ook in Nederland kan je wedstrijden skiën! Kijk op Wedstrijdskiën voor de jeugd. Wil je eerst kijken of wedstrijden skiën jou leuk lijkt? Doe dan een keertje mee aan de NK Schoolteams! Voor alle andere wedstrijden kan je naar de kalender kijken. Weet jij al zeker dat je wilt trainen om een topsporter te worden? Sluit je dan aan bij één van de wedstrijdteams in Nederland en lees verder op de pagina: Hoe wordt ik een topsporter?.

Alpinesnowboarden

Op deze foto zie je de wintersport alpinesnowboarden. Ook bij het alpinesnowboarden is snelheid het belangrijkste. Bij alpinesnowboarden strijden de snowboarders parallel tegen elkaar. Dat betekent dat snowboarders naast elkaar en op hetzelfde moment starten. Er zijn hierbij twee dezelfde parcours naast elkaar gestoken. Degene die als eerste van de twee over de finishlijn komt heeft gewonnen en gaat door naar de volgende ronde. Uiteindelijk is er een finale waarin twee snowboarders tegen elkaar strijden en waarbij de winnaar als eerste over de finishlijn komt.

Er zijn verschillende soorten parcours. Een slalom en een reuzenslalom. De poortjes bij de slalom staan veel dichter bij elkaar, en ook is het parcours veel korter dan bij de reuzenslalom. Snowboarders gebruiken bij deze discipline harde schoenen en geen zachte schoenen, zoals bij het freestyle snowboarden. Deze harde schoenen lijken heel erg op skischoenen. Hieronder kun je een afbeelding zien. Op de pagina materiaal kan je meer informatie vinden over het verschillende materiaal van alle wintersporten.

Lijkt het jou heel leuk om met alpinesnowboarden te beginnen? Kijk dan voor een vereniging in de buurt. Ook kan je aansluiten bij een wedstrijdteam om specifiek te gaan trainen, zoek een team bij jou in de buurt.
In Nederland zijn helaas geen wedstrijden voor alpinesnowboarden.

Freestyle skiën en snowboarden


Bij freestyle skiën en snowboarden is snelheid niet belangrijk. Het draait om techniek en creativiteit. De jury geeft jou een score en de tijdwaarneming is niet belangrijk. Freestyle betekent ‘vrije stijl’ en hierbij gaat het om de trucs en sprongen die je tijdens een afdaling maakt. Skiërs en snowboarders maken veel gebruik van schansen, boxes, rails, en een halfpipe. Dit zijn speciale dingen waarop je trucs kunt doen. Deze kan je in het funpark te vinden. Op de foto’s hieronder staan er een aantal afgebeeld.

Funpark
Op deze afbeelding zie je een funpark of snowpark. Bijna elk skigebied heeft een funpark. Dit is een plek met veel schansen, rails en boxes, waar je trucjes op kan oefenen. Sommige funparks hebben ook een beginner gedeelte. Hier kan je heel goed oefenen met springen en trucjes. De schansen zijn een stuk kleiner en er zijn vooral boxes. Let in een funpark altijd goed op! In een funpark kan het gevaarlijk zijn, en daarom moet je altijd aan de regels voor het funpark houden.
Halfpipe
Op deze afbeelding zie je een halfpipe. Zoals de naam al zegt is dit een halve pijp, een soort kom, waarin skiërs en snowboarders trucjes kunnen doen. Zij skiën en snowboarden met veel snelheid de zijkant van de halfpipe omhoog waardoor ze een hoge sprong maken en precies op de steile zijkant landen. Hierdoor hebben ze veel snelheid om aan de andere kant van de halfpipe weer een hoge sprong te maken.
Rails en Boxes
Op deze afbeelding zie je meerdere rails. Een rails is een dunne stalen buis waar je overheen kan glijden. Rails zijn er in veel verschillendematen en vormen. Soms is een rails heel dun, maar soms dikker. En een rails kan een knik omhoog, omlaag of naar de zijkant hebben, maar kan ook één strakke lijn hebben. Boxes lijken veel op rails, alleen hebben boxes altijd een platte bovenkant. Hierdoor kan je er makkelijker op glijden. Een box is perfect om je eerste trucjes op te oefenen.
Rainbow
Op deze afbeelding zie je een rainbow. Een rainbow is een soort rail in de vorm van een regenboog. Deze rail komt vaak voor en heeft een kenmerkende vorm, daarom wordt deze rails rainbow genoemd.
Schans
Op deze afbeelding zie je een schans. Een schans wordt ook vaak kicker genoemd. Schansen zijn in verschillende maten. Je hebt hele kleine en kleine schansen om te oefenen, middelgrote schansen voor als je al beter bent, en hele grote schansen voor de topsporters.

Trucs

In de freestyle sport worden veel trucs gedaan. Trucs zijn meestal een draai in combinatie met een grab. Bij een grab wordt de ski of het snowboard ergens vastgepakt. Hieronder staat een overzicht met een aantal veel gebruikte trucs. Ze staan van makkelijk tot moeilijk te leren. En er is ook een afbeelding te zien met de verschillende grabs.

Truc Beschrijving Tip
Switch Achteruit skiën of snowboarden Deze truc is de basis van veel andere trucs zoals de 180
Leftside/Rightside Dit is de kant waar je op draait Iedereen heeft een voorkeurskant, ontdek welke kant jij graag op springt
Ollie/N’ollie Bij de Ollie spring je eerst met de voorkant/neus van je ski’s of snowboard omhoog, en daarna de achterkant. Bij een N’ollie is het precies andersom Probeer eerst een Ollie, en dan een N’ollie
Basic air Dit is een sprong waarbij je rechtdoor springt Deze sprong is het makkelijkste om te doen
Grab air Bij deze sprong spring je rechtdoor terwijl je de ski’s of snowboard vasthoudt Zie hieronder een voorbeeld van de verschillende grabs
Straight air Dit is een sprong waarbij je rechtdoor springt en een stijl element gebruikt Een sprong met een ollie, of shifite
Spin air Dit is een sprong waarbij je een draai om je lengte as maakt 180 of 360

Verschillende onderdelen

Bij wedstrijden in de freestyle sport is er een verschil tussen de onderdelen ‘big air’, ‘slopestyle’, ‘rail’ en ‘halfpipe’. Bij elk onderdeel worden de deelnemers door een jury beoordeeld. De jury kijkt naar de moeilijkheid van de truc, naar de uitvoering van de truc, de creativiteit van de deelnemer en naar hoe vloeiend alles is uitgevoerd. Bij de flow kijkt de jury naar hoe vloeiend de trucs op elkaar volgen, en of de run niet onderbroken wordt. Hieronder staan de onderdelen uitgelegd.

Big air
Big air zijn grote schansen waar de snowboarders en skiërs sprongen met een truc laten zien. Hoe moeilijker de truc, en hoe mooier de uitvoering, hoe hoger het resultaat!
Slopestyle
Bij slopestyle is het een combinatie tussen sprongen en trucs op een box of rail. Skiërs en snowboarders mogen hun eigen route door het snowpark kiezen en trucs uitvoeren op de schansen, boxes en rails.
Rail
Bij het onderdeel rail voeren deelnemers trucs uit op een ‘rail’. Ze mogen dus niet gebruik maken van de schansen. Ook hier geldt hoe moeilijker de truc, en hoe mooier de uitvoering, hoe hoger het resultaat!
Halfpipe
En bij het onderdeel halfpipe doen deelnemers sprongen en trucs terwijl ze via de zijkanten van een halve pijp omhoog skiën of boarden. Door goed gebruik te maken van de halve pijp houden ze veel snelheid en komen ze hoog in de lucht. Hierdoor kunnen ze hun truc goed uitvoeren.

Lijk het jou leuk om van die gave trucs te leren? Dan kan je een vereniging zoeken om te oefenen. In Nederland kan je ook meedoen met wedstrijden. In sneeuwhallen in Nederland en België wordt de Freestyle Tour gehouden. Hele coole wedstrijden met leuke deelnemers! Kijk bij de Freestyle Tour voor meer informatie.

Skicross en snowboardcross

Snowboardcross

Bij de skicross en snowboardcross wordt een parcours uitgezet waar je over heuvels, hoge bochten, sprongen en rollers moet skiën of snowboarden. Je start met vier deelnemers tegelijk en degene die als eerste over de finish komt heeft gewonnen. Ook in deze wintersport, net als het alpinesnowboarden, is er een knock-out systeem. Dat betekent dat er meerdere rondes gehouden worden, en de beste twee doorgaan naar de volgende ronde. Totdat je in de finale komt. Een knock-out systeem is heel spannend. De skicross en snowboardcross zien er spectaculair uit en is heel gaaf om te doen!

Skicross
In Nederland zijn geen wedstrijden voor de ski- of snowboardcross. Je kan wel meedoen aan wedstrijden in Duitsland. Kijk dan naar de SBX Holland Cup. Ook In Zwitserland worden wedstrijden georganiseerd. Wil jij hier graag meedoen met een wedstrijd en ben je tien jaar of ouder? Dat kan! Audi organiseert de Audi Skicross in Zwitserland. Iedereen kan aan deze wedstrijden meedoen. Kijk bij Audi Skicross voor meer informatie.

Noordse disciplines


De noordse disciplines zijn twee wintersporten die je misschien al kent onder de naam langlaufen en biathlon. Langlaufen doe je op hele smalle en lichte ski’s, met hele lange stokken. Je moet zo snel mogelijk een parcours afleggen. Dit parcours gaat over een heuvelachtig landschap. Langlaufen kan op twee manieren. Je hebt de vrije stijl en de klassieke stijl.

De vrije stijl
De vrije stijl lijkt op schaatsen op ski’s. Je mag zijwaarts afzetten met je ski’s. Ook mag je een V-vorm maken met je ski’s. Hierdoor kan je met meer snelheid langlaufen.
De klassieke stijl
Bij de klassieke stijl moet je de punten van je ski’s altijd naar voren houden. Je mag niet zijwaarts afzetten, maar alleen naar achteren. Hierdoor volg je altijd een klein spoor met twee ski’s. Om de klassieke stijl te doen kun je gebruik maken van speciale ski’s met kleine schubben onder de voet zodat je extra grip hebt.

De andere noordse discipline is biathlon. Biathlon is bijna hetzelfde als langlaufen, alleen heb je dan ook een geweer op je rug. Met dat geweer moet je proberen iedere ronde vijf schietschijven om te schieten. Elke keer dat je mist moet je een strafronde langlaufen of krijg je een tijdstraf. Dat verschilt per wedstrijd. Daarnaast heb je rondes waarbij je staand moet schieten en rondes waarbij je liggend moet schieten. In Nederland kan je ook langlaufen! Vindt een vereniging bij jou in de buurt.

Biathlon

Schansspringen

Bij schansspringen spring je van een schans af en vlieg je tientallen meters door de lucht! Het doel is om zo ver mogelijk te springen. Je hebt speciale, hele lange ski’s. Schansspringen in Nederland kan niet. In Duitsland of Oostenrijk kan je wel schansspringen. Ook in de zomer.

Freeriden

Freeriden is een nieuwe wintersport en is de laatste jaren heel populair geworden. Freeriden betekent “vrij rijden”. Bij freeriden ga je naast de pistes en buiten het skigebied naar beneden. Dit kan heel gevaarlijk zijn omdat niemand je kan redden als je valt. Ook kunnen freeriders in een lawine terecht komen. Een lawine is heel veel sneeuw dat in één keer de helling naar beneden glijdt. Als je deze sport wilt doen moet je speciale spullen hebben als er een lawine komt. Ook heb je veel kennis en ervaring nodig. Daarom raadt de NSkiV aan om dit niet op jonge leeftijd te doen. Kijk op onze website voor meer informatie over lawinekunde.

Paraskiën en parasnowboarden

Ook als je een beperking hebt kun je skiën of snowboarden! Dat laten de paraskiërs en parasnowboarders zien. Als je bijvoorbeeld in een rolstoel zit, één been hebt, of je benen niet goed kan gebruiken, dan kan je alsnog skiën of snowboarden! Je kan in een zitski naar beneden skiën. Ook als je een beperking hebt aan je armen, of je ziet niet goed, kun je nog skiën of snowboarden. Bijvoorbeeld met behulp van een gids die zegt waar jij naartoe moet skiën. Hieronder zie je de verschillende categorieën waar skiërs en snowboarders met een beperking aan wedstrijden meedoen.

Zittend
In deze categorie gaan alle deelnemers in een zitski naar beneden. De zitski is een soort rolstoel die op één ski glijdt. Het is heel lastig om hierin gecontroleerd naar beneden te gaan. Nederland heeft momenteel één van de beste zitskiërs ter wereld!
Eén been
In deze categorie kunnen alle deelnemers op slechts één ski naar beneden. Ze skiën hetzelfde parcours naar beneden als de deelnemers in de andere categorieën, alleen doen ze dit op één ski en met één been.
Bovenlichaam
In deze categorie hebben deelnemers een beperking in hun bovenlichaam. Deze beperkingen verschillen per persoon. Aan het einde van de race krijgen deelnemers extra tijd opgeteld afhankelijk van de beperking. Deze extra tijd is afhankelijk van in hoeverre de beperking jouw prestatie beïnvloedt.
Onderlichaam
In deze categorie hebben deelnemers een beperking in hun onderlichaam. Deze beperkingen verschillen per persoon. Aan het einde van de race krijgen deelnemers extra tijd opgeteld afhankelijk van de beperking. Deze extra tijd is afhankelijk van in hoeverre de beperking jouw prestatie beïnvloedt.
Visueel
In deze categorie hebben deelnemers een visuele beperking. Dat betekent dat ze niet goed kunnen zien. Ook hier kunnen sommige deelnemers slechter zien dan andere deelnemers. Daarom wordt deze categorie onderverdeeld in sub-categorieën afhankelijk van hoe goed iemand kan zien.

Elk jaar wordt er een Para Snow Day georganiseerd om mensen met een beperking skiën en snowboarden in aangepaste vorm te laten ervaren! Er worden ieder jaar ook wedstrijden georganiseerd waar je aan kunt meedoen. Kijk bij de Adaptive Indoor Races.