Sneeuwalarm

Ontvang gratis een sneeuwalarm per e-mail van jouw bestemming in aanloop naar je wintersport vakantie! De meldingen stoppen automatisch na je vakantie.

Het Franse appartementen dilemma, de naweeën van de betonrevolutie

Rogier op 22 december 2019· 31 reacties

Bouwplannen Courchevel

Het is net na de Tweede Wereldoorlog. De architecten Laurent Chappis en Maurice Michaud vliegen met een helikopter boven de Tarentaisevallei. Vanuit de lucht zijn ze op zoek naar maagdelijk terrein waar ze vanuit het niets een compleet nieuw skigebied kunnen opbouwen. Kunstmatige inseminatie via de tekentafel. Ongekend voor die tijd. Courchevel wordt hun liefdesbaby: het eerste planmatige skigebied van Frankrijk. Vele volgden. Decennia later heeft men het over verkrachting van het landschap en claustrofobische vakantieappartementen. Waar ging het mis?

Het grote ‘Plan Neige’

Alhoewel de geplande bevalling van Courchevel als skigebied zonder bestaand bergdorp in 1946 vol bewondering werd aanschouwd, liet de echte kunstmatige geboortegolf nog even op zich wachten. Deze kwam pas middels het ‘Plan Neige’, een officieel staatsproject dat het levenslicht zag in 1964. De socialistische overheid wilde wintersport voor de massa mogelijk maken. Het doel werd duidelijk geformuleerd: “Het samen met verenigingen en reisaanbieders uitwerken van een concept voor hooggelegen, zeer functionele skidorpen. Allemaal ten behoeve van de skisport. Met verticale bouw moeten nieuwe, extreem efficiënte skigebieden ontstaan die buitenlandse wintersporters zullen aantrekken.” Er werd gekozen voor lege – vaak stonden er niet meer dan enkele zomerschuren – hooggelegen valleien. Dit om absolute sneeuwzekerheid te kunnen bieden aan de bezoekers. Want ook toen waren er al jaren dat het in de lagere dalen ‘net-aan’ was. De Franse overheid hielp investeerders aan goedkope leningen en het was dankzij steun vanuit Parijs relatief eenvoudig om grondbezitters te onteigenen. Alles voor het witte goud. Gebieden als Val Thorens, Les Menuires, Flaine, Les Arcs, Tignes, SuperDévoluy en Avoriaz kwamen ter wereld. In andere reeds bestaande dorpen schoten de flats uit de grond, vol kleine appartementen.

Franse appartementen in Val Thorens

Le ciel était la limite

Skigebieden zagen elk jaar de hoeveelheid wintersporters stijgen, de socialisatie van de wintersport leek een feit. Sneeuw kreeg de bijnaam ‘het witte goud’. Tussen 1964 en 1977 waren er in totaal 150.000 bedden bijgebouwd volgens het Plan Neige-concept, de planning was maar liefst 350.000! In twintig jaar tijd, van 1965 tot 1985, verviervoudigde het aantal skiërs in de Franse skigebieden. De cijfers waren indrukwekkend. Alleen al in het Tarentaisedal, waarin veel van de eerdergenoemde resorts liggen, kwamen er ’s winters meer skiërs langs dan dat er mensen woonden in het gehele departement! De Savoie, waarin de volgebouwde vallei ligt, slokte 80 procent van alle jaarlijkse wintersporters op. Het Plan Neige leek zijn vruchten af te werpen. Bijkomend voordeel was dat de vaak zeer vervuilende industrieën in de dalen vervangen werden door de wintersporttoerismesector.

Geen marktonderzoek

In 1971 had men het Plan Neige ondertussen al zes keer herschreven. Het idee van bouwen bleef echter gelijk. Maar bij dit ‘Plan VI’ ging de Franse overheid zich nog meer bemoeien met de bouw dan voorheen. Zonder publiek debat, zonder marktonderzoek en met de overtuiging dat Frankrijk de allermooiste skigebieden ter wereld bouwde. Men verwachtte dat de socialisatie van de wintersport nog even door zou zetten. Iedereen zou gaan wintersporten, vanuit alle lagen van de bevolking. Dus draaide de gesubsidieerde betonmolen zich een slag in de rondte. Deze handelswijze zorgde voor veel woede in de bergdalen, waar grond werd onteigend en er totaal geen rekening werd gehouden met natuur en cultuur. Technocratie ten top. Er kwam steeds meer weerstand; meer tegen de arrogantie van de staat dan tegen de bouw van skigebieden zelf. Want de locals verdienden natuurlijk ook goed geld aan het toerisme. Men wilde dus meer zeggenschap. Er werd gemord. Ook vanuit de bezoekers. Want in een klein appartementje verblijven waar je vanaf je slaapbank je omelette du fromage moet bakken is geen droomvakantie.

Iedereen moest skiën, Les Karrelis

Presidentieel weerwoord

In 1977 kijkt de toenmalige president Valéry Giscard d’Estaing vanuit het authentieke en mooie bergdorpje Vallouise naar de verticale bouw van Puy Saint Vincent aan de overzijde en vindt het wel welletjes. Hij roept het industriële Plan Neige een halt toe middels een felle toespraak die later als het ‘Discours de Vallouise’ de boeken in zou gaan. Het moest evenwichtiger, met meer respect voor de omgeving en lokale waarden. Een voorbeeld van deze nieuwe stijl is het dorp Saint Martin de Belleville, onder de rook van het betongevulde Les Menuires. Het stopzetten was een slimme zet. Want tegenwoordig wordt er erg positief gesproken over Franse skigebieden: lekker sportieve pistes, uitgebreide domeinen en sneeuwzeker. Maar over de beruchte skidorpen met hun verticale stedenbouw is men stukken minder te spreken.

Decentralisatie

Ondanks dat de Franse president zich negatief uitliet over de verticale, stedelijke bouw, duurde het nog even voordat het betonstorten echt stopte. Daarvoor moeten we, wederom, naar de nationale politiek kijken. Rond 1980 begon de Franse staat, die tot dat moment erg gecentraliseerd regeerde, steeds meer macht over te dragen aan lokale overheden en gemeentes. De decentralisatie werd in werking gezet.
De wintersportbusiness in de Tarentaise draaide echter nog op volle toeren. De burgemeesters van andere kleinere bergdorpen zagen dit succes en dachten er goed aan te doen de formule over te nemen. Er werd grof geld geleend. Het kopiëren van de betonbouw was verre van slim. De groei was uit de markt en een aantal sneeuwarme jaren zorgde ervoor dat veel gemeentes helemaal blut raakten. Er werd minder snel geld verdiend dan gehoopt, en appartementen werden tegen verlies verkocht. In veel Alpendorpen betaalt de lokale bevolking nog steeds pittige belastingen voor deze bouwdrift van de toenmalige burgemeesters.

De betonmolen draaide overuren

Gekocht en verkocht

Veel van de nieuwbouw – vooral uit de Plan Neige-tijd – werd gebouwd met de filosofie dat iedereen, rijk en arm, moest kunnen wintersporten. De reusachtige resorts werden daarom opgekocht, of zelf gebouwd, door grote bedrijven uit de semipublieke sector. Zoals EDF (energiebedrijf), France Telecom (telecomconcern) en de SNCF (spoorwegmaatschappij), die op deze manier hun werknemers een vakantieplek konden aanbieden. Natuurlijk kochten grote reisaanbieders zoals bijvoorbeeld UCPA en Pierre & Vacances ook de nodige torens op. De rest kwam op de particuliere markt.
Het beheren en onderhouden van accommodaties in wintersportgebieden is niet goedkoop. Dus bij de eerste de beste crisis besloten veel bedrijven hun appartementen te verkopen. Het eigendom raakte nog meer versnipperd. In Tignes is bijvoorbeeld de helft van alle 31.000 toeristenbedden in handen van particulieren. In veel van de grote Plan Neige-gebieden zien we een vergelijkbaar cijfer. Dit zorgt momenteel voor een enorm lastige situatie. Er zijn twee problemen:
Ten eerste hebben de skigebieden zelf de verhuurmarkt maar matig in handen en is er slecht te overleggen met de aanbieders. Simpelweg omdat er te veel eigenaren zijn. Dit zorgt ervoor dat veel appartementen minder vaak verhuurd worden dan mogelijk is.
Verder kan het skigebied weinig doen aan de staat, uitstraling en het onderhoud van de appartementen. Dit is van groot belang, want als de accommodaties slecht worden onderhouden, straalt dat af op het gehele skigebied. Denk maar aan een balkon vol met rotzooi, dat ziet er niet uit. Zeker niet als je het vergelijkt met de strakke, degelijke netheid in Oostenrijk of Zwitserland.

Slim beloningssysteem

De grotere skigebieden ondernemen al maatregelen. Zo zie je in bijvoorbeeld Val Thorens dat alle gebouwen de afgelopen jaren met hout betimmerd zijn, en dat er nu alleen nog maar in chaletstijl gebouwd mag worden. Ook in Alpe d’Huez zijn ze bezig het beton te camoufleren. Maar dat is slechts de buitenkant. Aan de binnenkant blijven veel privé-appartementen behoorlijk uitgeleefd. Tignes nam in 2004 het voortouw. Ten eerste stelden ze fondsen beschikbaar om eigenaren te helpen bij de renovatie. Maar je hebt niets aan opgeknapte accommodaties als alleen de eigenaren een paar weekjes per jaar langskomen. Daarom heeft Tignes ook een systeem van beloningen klaarstaan voor huiseigenaren die hun accommodaties verhuren. Denk aan toegang tot de wellness, fitness, het zwembad, gratis skipassen en gratis parkeerplaatsen. Hoe meer weken je verhuurt, hoe hoger de beloning. Het had succes. In 2005 was de bezettingsgraad van deze particuliere bedden 22 procent. In 2014 was dit al geklommen naar 32 procent. Andere gebieden hebben dit voorbeeld ondertussen gevolgd.

Het is niet alleen kommer en kwel!

Hoe groot is het probleem?

Frankrijk staat bij veel mensen nog bekend om die stedelijke hoogbouw. Het land telt echter in totaal 325 skigebieden, waarvan slechts een klein twintigtal uit de eerste generatie Plan Neige stammen, en nog een kleine twintig er de sporen van dragen. Dat betekent dat iets meer dan 10 procent van de Franse skigebieden echte betonblokken zijn. De rest is veel minder planmatig ingericht. Ze zijn echter wel minder bekend. Niet zo raar natuurlijk: de Plan Neige-gebieden zijn groot, herbergen extreem veel accommodaties en bieden dat alles soms voor absurd lage prijzen, waardoor ze in trek zijn bij het grote publiek. Zo is het idee ontstaan dat je in Frankrijk alleen in beton kunt zitten. Maar dat is natuurlijk niet zo. Het zijn de jammerlijke naweeën van een socialistische utopie waarvan de gehele Franse wintersportindustrie nog steeds hinder ondervindt.

Niet alleen kommer en kwel

Maar zelfs die betondorpen zijn natuurlijk niet alleen maar kommer en kwel. Tegenwoordig worden de karakteristieke bouwwerken, vaak ontworpen door beroemde Bauhausarchitecten, steeds meer geprezen om hun vorm. Sommige verwierven zelf een monumentale status. Het grootste deel van de oudere Franse appartementen is misschien niet al te groot. Maar het merendeel is in goede staat en wordt per seizoen beter. En waar vriend en vijand het over eens moet zijn is dat Franse skigebieden hyperefficiënt zijn. Nergens is ski-in ski-out zo in de perfectie doorgevoerd als in de Franse Alpen. Verder zit je bijna overal op zeer sneeuwzekere hoogte, van het begin tot einde van het seizoen. Tel daarbij op dat de moderne accommodaties als tegenreactie veel ruimer en luxer van opzet zijn, en je hebt een perfecte vakantiebestemming. Misschien heeft het Plan Neige nu, meer dan vijftig jaar na dato, met wat hoofdbrekens, zijn doel bereikt. Wintersporten mogelijk maken voor iedereen, wat de wens ook is.

**Verder lezen? **

Rogier
woont in de Franse Alpen. Als er maar een beetje sneeuw ligt, is hij buiten te vinden, om ons daarna bij te praten.

Plaats een reactie

Siard22 december 2019 · 09:09

Wat een fijn (geschreven) artikel, dit leest lekker weg op de zondagmorgen! 😃
Persoonlijkvond ik het beton in Avoriaz nog meevallen, omdat het allemaal bekleed was met hout. Het was wel duidelijk dat het een gepland dorp was. Les Menuires vond ik daarentegen veel minder mooi met, naar mijn idee, meer (zichtbaar) beton.

Stay frosty
Nics22 december 2019 · 09:16

Ik moet zeggen dat ik die functionele gebouwen niet overal even lelijk vind, Arc 1600 ziet er best goed uit. Zeker als je de gedachte ziet waarmee het gebouwd is. En de appartementjes zijn vaak wel zo gebouwd dat ze allemaal een zonnig balkon en/ of mooi uitzicht hebben. Dat kan je van sommige ‘authentieke’ dorpen in Oostenrijk niet zeggen, daar zit je vaak in een schaduwrijk dal, heb je soms uitzicht op een blinde muur, of zit je aan de drukke hoofdstraat waar de bussen voorbij rijden… Een ander voordeel aan de hoogbouw is, dat een een kleiner oppervlak bebouwd is in vergelijking met laagbouw. Je moet er gewoon even rekening mee houden dat je voor een acco voor 4 (of zelfs 6) personen moet boeken als je met z’n tweeën bent ;)

tachy22 december 2019 · 09:19

Weeral wat bijgeleerd Rogier 😀

TonWisman22 december 2019 · 09:23

Gaat voor mij alleen om het skiën…, een beetje comfortabel is voldoende toch? De rest is bijzaak.
Overigens een zeer gaaf artikel over hoe men met alleen oog voor het grote geld zich zo laat verblinden.

*bericht bewerkt door TonWisman op 22 dec 2019 09:25

frank1122 december 2019 · 10:06

Mooi stuk Rogier, dank je wel!

Persoonlijk heb ik hele mooie wintersporten beleefd in die Franse béton-brut stijl appartementen. Die maakten het namelijk inderdaad mogelijk dat ik überhaupt kon gaan skiën! Verder is de ski-in-ski-out inderdaad ongeëvenaard. Ik zag laatst op RTL Snowmagazine een verslagje over Arc 2000 en het kriebelt juist weer om die kant weer een keer op te gaan!

*bericht bewerkt door frank11 op 22 dec 2019 10:06

FrankB22 december 2019 · 17:10

Wederom mooi artikel Rogier.

De gezinsvakanties met de kinderen gingen meestal door in één van deze 'betonblokken'.
Funktioneel en goedkoop. Ski-in/ski-out, super gemakkelijk ook met kinderen die dikwijls niet de ganse dag op de latten stonden.
Maar na de eerste keer wist je de knelpunten wel. Met 4 personen nam je dan meestal een 6-8 persoonsapp.
Ik denk ook echt wel dat, mede door deze aanpak in Frankrijk, wintersport in de ganse alpen toegankelijker is geworden voor een groter publiek.

*bericht bewerkt door FrankB op 22 dec 2019 17:11

Frank6622 december 2019 · 18:16

Toen dacht men er goed over, tot men tot besef kwam. En we zien het nu weer; de mens is niet ingeprogrameerd voor overzien van de lange termijn.

Onnem22 december 2019 · 23:44

Hoe dan ook. Ik ben blij dat ik een keer een skivakantie heb doorgebracht in het legendarische Brelin complex in Les Menuires. Was een fijn appartement, 10 persoons op de kop van het gebouw met balkon in een U er omheen.

Volkomen terecht door het Franse ministerie van cultuur, opgenomen in de lijst met bijzondere architectuur van de 20e eeuw.
https://www.traverse-patrimoines.com/2018/01/menuires-vallee…

Over smaak valt niet te twisten. Maar het is wel een monument van een tijdperk. Net zoals Bauhaus of de kubus woningen in Rotterdam.

*bericht bewerkt door Onnem op 22 dec 2019 23:51

The older I get, the better I was
Nelis23 december 2019 · 06:16

@onnem op die foto ziet het er superstrak uit in de bergen. Inderdaad typisch die stijl. Ik vind het zelf niet echt iets maar het ziet er wel heel bijzonder uit! 👌

Bergen + Sneeuw = ❤
Nelis23 december 2019 · 06:16

Mooi artikel @rogier. Met plezier gelezen! 👏👍

Bergen + Sneeuw = ❤
xx1023 december 2019 · 08:39

Super leuk om te lezen @rogier.

Xx10
KarinEs23 december 2019 · 10:24

Frankrijk, een naar land.

Karin Es
frank1123 december 2019 · 10:34

Frankrijk, een naar land.

KarinEs op 23 dec 2019 10:24

haha Karin, heb je last van een monday blues?

KarinEs23 december 2019 · 10:39

Frankrijk, een naar land.

KarinEs op 23 dec 2019 10:24

haha Karin, heb je last van een monday blues?

frank11 op 23 dec 2019 10:34

Nee hoor, wel geweldige pistes trouwens 🤭😉

Karin Es
SkiBeppie23 december 2019 · 11:22

Inderdaad, skiën werd in die tijd ‘gedemocratiseerd’, Mooi artikel. Ik denk dat veel lezers zich niet realiseren dat wintersport vroeger alleen voor de échte elite was. Ik heb ook veel vakanties doorgebracht in de bekende bezemkasten met uitzicht, inderdaad onder de noemer ‘Als ik maar naar de sneeuw kan’. maar nu ik wat ouder ben krijgen ze mij met geen stok zo’n armoe-hok nog in.

Once you're over the hill, you might as well ski down.
BijvanderF23 december 2019 · 12:00

Voorop gesteld, ik ben nog niet in Frankrijk wezen skiën, dus mijn beeld van Frankrijk is zoals het in dit artikel wordt geschetst: Frankrijk heeft lelijke betonnen skidorpen. Maar Rogier, met zijn jaloersmakende beelden, werkt onophoudelijk om dit bij te werken.

Dit artikel en wat SkiBeppie hierboven zegt: (ski)vakantie was voor de elite. Dat doet me denken aan wat ik vorig jaar zag in/op Prora en de denkwijze van het KdF.
Het idee was mooi: geef iedereen een vakantie, zowel arm als rijk. De uitvoering te industrieel.

Blijf maar komen met deze verhelderende artikelen. Ze zijn interessant en lekker te lezen.

Marcellus23 december 2019 · 12:55

Ik ben afgelopen winter voor het eerst naar een frans skigebied gegaan. Val Thorens eind april-begin mei. Laatste week van seizoen, dus nog een beperkt gedeelte van het gebied open. Het dorp viel me eerlijk gezegd niet tegen. Ook het hotel was prima. Ik had het veel erger verwacht.
Het dorp Val Thorens was zelfs met een beetje fantasie een ‘echt dorp’ te noemen. Best wel gezellig zelfs. Ze hebben er de laatste tijd veel aan gedaan om het betonimago van zich af te slaan door het beton met hout te betimmeren.
Bedenk wel dat de zogenaamd authentieke dorpjes in Oostenrijk en Italië vaak ook alleen maar uit relatief nieuwe met hout betimmerde betonnen hotels bestaan. Als je dan oude foto’s ziet zie je dat zo’n dorpje echt heel klein was 50 jaar geleden. Wat dat betreft er niet veel verschil tussen een volledig nieuw dorp bouwen of een kerkje met enkele boerderijtjes omringen met nieuwe hotels.
Alleen het eten op de berg bij Val Thorens was van een droevig niveau en de pistes waren niet erg indrukwekkend geprepareerd, maar daar gaat dit artikel niet over.

Ja, sneeuw is koud en glad. Maar het heeft nog andere voordelen ook.
Jorien8323 december 2019 · 20:58

Leuk stuk!

Is de foto bij ‘Het is niet alleen kommer en kwel‘ van Belle Plagne? Ik geloof dat ik het appartement waar ik op dit moment zit herken…

Hulst23 december 2019 · 21:45

@Onnem. Brelin ligt dan ook nog eens perfect en is recent gerenoveerd. Qua ski in/ski out zit je eerste rang.

Hen48
miepmiep24 december 2019 · 00:19

Mooi artikel.
Niet anders gewend. Met mijn ouders al naar de beton blokken. Als kind zijnde vond ik het geweldig . In stapelbed op de gang slapen en hoe vond ik geweldig om rond de rennen op de etage … en nu nog steeds naar Frankrijk. Tja hoogseizoen is prijzig. En nu kiezen we ook voor betaalbare accommodatie . Soms wat ruimer , en soms kleiner slapen we in de kamer .
Maar wat is het fijn ski in en out , zeker met kids . En geen sleep en skibussen

*bericht bewerkt door miepmiep op 24 dec 2019 00:19

Harm24 december 2019 · 08:24

Leuk stuk Rogier! Zelf 1x in zo’n architectonisch hoogstandje mogen bivakkeren (Flaine, viel niet tegen) en verder alle keren (ca 9x) in laagbouw gezeten (bewust voor gekozen)… Favoriete dorp Saint Martin de Belleville wordt zelfs nog genoemd in je stuk. Prachtig dorpje in het immense L3V gebied…

Hulst24 december 2019 · 09:29

@Harm. Je favoriete dorp nu al op de webcams bekeken?Nu wat mistig, maar gisteravond was het een plaatje. Wel de goede websites met live beelden bekijken.

Hen48
King_TuuR24 december 2019 · 09:30

Hoe dan ook. Ik ben blij dat ik een keer een skivakantie heb doorgebracht in het legendarische Brelin complex in Les Menuires.

Onnem op 22 dec 2019 23:44

Meermaals verbleven. Ik had altijd begrepen dat deze blok vooral gebruikt was voor de Olympische spelen van Albertville. De kamer(tjes) indeling rond 2010 was nog steeds zoals begin jaren '90 verf inclusief.

Ik heb menig van deze betondorpen gedaan: Les Karellis, Les Menuires, Les Arcs (meerdere), Flaine. Ik ben er van overtuigd dat pakweg Oostenrijk gezelliger is. Maar toch ben ik gewonnen voor dit soort van skivakantie. Volgens mij (mijn mening) kan qua ski-ervaring niks tegen zulke dorpen op.

Bedankt voor het artikel Roger!!!

Bacchus24 december 2019 · 10:35

Is de foto bij ‘Het is niet alleen kommer en kwel‘ van Belle Plagne? Ik geloof dat ik het appartement waar ik op dit moment zit herken…

Jorien83 op 23 dec 2019 20:58

Ik dacht inderdaad ook Belle Plagne te herkennen, ongeveer vanaf Col de Forcle, Je ziet de Blanchets-lift in de voorgrond.
Qua ontwerp wel een veel mooier dorp dan alles eronder maar de appartementen zijn nog steeds vrij klein. Ons "zevenpersoons"-appartement enkele jaren geleden had toch echt maar vier bedden. Met zijn drieën was dat dan weer prima te doen. :D

*bericht bewerkt door Bacchus op 24 dec 2019 10:43

Tiny-M24 december 2019 · 11:05

Ik zoek toch altijd de gerenoveerde appartementen op en let daarbij voornamelijk op het aantal slaapkamers/bedden. Op die manier zit je altijd wel goed.

Les Arcs 2000 vond ik in deze periode 's avonds vrij weinig te beleven, maar Tignes Val Claret heeft genoeg leuke en ook goede restaurants/barretjes/winkeltjes. Ook Avoriaz vind ik echt een leuk dorp (nooit in verbleven, regelmatig voor lunch geweest). Ik vermaak me er in ieder geval wel ook al ziet het er niet authentiek uit. In Oostenrijk ook nog weleens in authentieke dorpen geweest, waar echt niets te beleven viel en alleen een restaurant voor een slappe schnitzel.

Uiterlijk is wat mij betreft dus niet alles, het gaat mij er vooral om: is de accommodatie comfortabel, zit ik in de buurt van de lift en zijn er leuke restaurants/barretjes (zonder dat het Hollandse hits of Schlager wordt) waar je goed kan eten, gezellig iets kan drinken. Welk land dat is, of hoe het eruit ziet, maakt mij dan niets uit.

Harm24 december 2019 · 13:38

@Harm. Je favoriete dorp nu al op de webcams bekeken?Nu wat mistig, maar gisteravond was het een plaatje. Wel de goede websites met live beelden bekijken.

Hulst op 24 dec 2019 09:29

Vandaag nog niet, maar dat is één van de weinige webcams die ik regelmatig bekijk, ook als ik er niet heen ga… :)

Hulst24 december 2019 · 13:46

@Harm. Voor mij is die webcam een controle/geruststelling voor de omstandigheden voor het hogerop gelegen Les Menuires, waar Ik al jarenlang verblijf en voor de rest van Les Trois Vallees. Bovendien is Saint Martin eindpunt van een van de meest relaxte en langste pistes van het hele gebied met leuke terrassen aan de piste op het eind.

Hen48
Harm25 december 2019 · 09:27

@Harm. Voor mij is die webcam een controle/geruststelling voor de omstandigheden voor het hogerop gelegen Les Menuires, waar Ik al jarenlang verblijf en voor de rest van Les Trois Vallees. Bovendien is Saint Martin eindpunt van een van de meest relaxte en langste pistes van het hele gebied met leuke terrassen aan de piste op het eind.

Hulst op 24 dec 2019 13:46

Terrasje bij L’Eterlou (bij de kerk) is inderdaad een mooie afsluiting van een dag op de pistes… 😎🥂🍻

skifan26 december 2019 · 14:59

Het oorspronkelijke plan voor de ontwikkeling van de Vallei van Les Menuires en Val Thorens uit 1965.In dit plan werd nog uitgegaan van d ontwikkeling van de Vallée des Encombres.
Gerealiseerd zijn 25.000 bedden in Menuires, 25.000 bedden in Val Thorens en 5.000 bedden in St Martin de B.

https://www.flickr.com/photos/skifan/49277863851/in/datepost…

*bericht bewerkt door skifan op 26 dec 2019 15:00

bon ski
Marko230 december 2019 · 12:53

De vraag is of het echt is misgegaan?

Ik kom net terug uit Serre Chevalier waar meer authentieke dorpen liggen of waar de wintersport is ingepast in de bestaande dorpskernen. Het komt er toch op neer dat je de auto moet gebruiken of met de bus op pad moet, voor het skiën maar ook voor de bakker of de boodschappen.
Uiteraard is het dorp mooier en voor het oog wat gezelliger maar geen sk-in ski-out.
Als ik dit dan vergelijk met Tignes waar je je skis bij de uitgang van je appartement in de sneeuw laat ploffen en inklikt…
De netto skitijd gaat toch wel erg naar beneden en dan dat gedoe met de auto en gesjouw met de skispullen.
Misschien is er bij de bouw niet op het uiterlijk gelet (of juist wel maar was toen de smaak en mode anders) maar de betreffende dorpen zijn toch wel heel, heel erg efficiënt. Elk deel van het dorp wordt ontsloten door een skilift of een piste naar een lift. Voor de hoogte verschillen zijn er meestal liften op strategische punten en elke wijk heeft wat winkeltjes en een bakker.
Je hoeft in de meeste “betondorpen” geen moeite te doen om 7 uur effectief te skiën en dan kan je ook nog terug naar je appartement om te lunchen.
Je kan het ook een beetje vergelijken met de mode: de veelkleurige trainingspakken van de jaren 80, worden nu verkocht als carnavalskleding. Maar toen was het toch echt heel erg hip.
De gedachte achter de wintersportdorpen was goed bedoeld en nog vind ik de meeste wel acceptabel want er wordt nu ook niet meer de hoofdprijs voor gevraagd. Neem het onderkomen wat groter (6 p voor 4 p) en het is acceptabel, vooral als de nadruk op het skiën ligt.
Tegenwoordig gedragen we ons meer en meer als verwende kinderen en moet alles “top” zijn: mooie authenthieke chalets, meer dan 60 m2 voor 4 personen, verwarmde liften of minstens een kap, rollende tapijten om geen 20 meter te hoeven prikken, etc. De essentie van het skiën wordt soms wel vergeten.

Voor het prijsverschil tussen een wat ruimer en luxueuzer appartement en een “hok” kan je bijna iedere avond voor uit eten met het gezin. In die optiek hoef je er uiteindelijk alleen maar te slapen.
Tegenwoordig huur ik meestal wat groter (meer voor de anderen van het gezelschap) maar vroeger (20 jaar geleden) was ik toch wat blij dat ik voor 600 à 800 euro een appartement in Tignes kon huren in de schoolvakanties. Alles bij elkaar (skilessen, vaker nieuwe kleding kopen door de groeiende kinderen) was het toch altijd een heel budget voor een weekje skiën.
Verder heb ik eigenlijk alleen maar goede herinneringen aan deze appartementen.

PS Overigens een erg leuk stuk

Plaats een reactie